Uitschaarverklaring via rechter afgedwongen

Een melkveehouder (eiser) had vanwege door noodweer beschadigde stallen in december 2014 tegen betaling tijdelijk 19 runderen gestald bij een andere melkveehouder (gedaagde). In september 2015 keerden alle runderen weer terug op het bedrijf van eiser. Gevolg hiervan was dat de betreffende runderen bij eiser niet meetelden voor de referentie in het kader van het fosfaatreductieplan (peildatum 2 juli 2015). Daardoor leed eiser forse financiële schade (heffingen, omzetdaling wegens inkrimping veestapel). Deze schade zal alleen maar toenemen wanneer in 2018 het stelsel van fosfaatrechten wordt ingevoerd. Eiser verzocht daarom aan gedaagde om een uitschaarverklaring te ondertekenen, maar deze weigerde dit.

Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter was in deze situatie sprake van inscharen en uitscharen als bedoeld in de uitschaarverklaring. Het was niet aannemelijk dat, zoals gedaagde betoogde, de uitschaarverklaring alleen is bedoeld voor situaties waarin runderen in de zomermaanden op het land van een ander worden geweid. Vast stond immers dat een van de voorwaarden om van de uitschaarverklaring gebruik te maken inhoudt dat tussen 1 januari 2015 en 2 juli 2015 runderen zijn uitgeschaard. Uit de verklaring en de toelichting kon ook niet worden afgeleid dat eiser niet in aanmerking komt voor correctie vanwege het feit dat zijn runderen al voor 1 januari 2015 bij gedaagde waren ondergebracht.

De voorzieningenrechter oordeelde dat van gedaagde gevergd mag worden mee te werken aan het invullen van de verklaring. Door niet mee te werken aan de uitschaarverklaring handelde gedaagde in beginsel in strijd met maatschappelijke betamelijkheid.

Gedaagde voerde verder aan dat hij reeds in 2015 het voornemen had om zijn veestapel te vergroten en daarvoor in april 2015 mondeling met een ander melkveebedrijf was overeengekomen om de koeien van dat melkveebedrijf over te nemen. Dat de daadwerkelijke overname pas in september 2015 had plaatsgevonden, dus na de peildatum 2 juli 2015, was gelegen in het feit dat tot september 2015 de koeien van eiser op zijn bedrijf waren gestald. Dit betoog kwam er volgens de rechter in feite op neer dat gedaagde andere bedrijfseconomische afwegingen zou hebben gemaakt als hij vooraf had geweten dat de peildatum 2 juli 2015 cruciaal was.  Die onbekendheid, met positieve en negatieve gevolgen, gold echter feitelijk voor iedere melkveehouder en kan geen rechtvaardiging zijn voor het zich toe-eigenen van de  rechten verbonden aan de 19 runderen van eiser.

Aanvulling redactie
Het insturen van een uitschaarverklaring inzake het fosfaatreductieplan is niet meer mogelijk. Waarschijnlijk geldt een soortgelijke verklaring binnen het stelsel van fosfaatrechten.

Agrariërs Datum: 16 augustus 2017
Urenmutatie invoerenUrenmutatie invoeren Personeel aanmeldenPersoneel aanmelden Personeel aanmeldenAdministratie online

Van Opijnen & Voskuil

Van Opijnen & Voskuil Fiscaal en Financieel advies
ADe Standerd 10A
  3774 SC Kootwijkerbroek
T0342 44 3103
Einfo@opijnenvoskuil.nl

Partners

Kvk Register Belasting adviseurs Belastingdienst
Wilhelm marketing